MIJN VERSIE De ladder naar lust Na het verorberen van de laatste schep hete bliksem - een breiïge stamppot, in den beginne gecreëerd door een chefkok die ten eeuwigendage het ovenvuur na aan de schenen moet worden gelegd - nam mijn vader zijn bijbel ter hand. 'Jakobs droom te Bettel, Genesis 28 vers 12. De jakobsladder. Jakob gaat slapen met zijn hoofd op een steen en ziet in zijn droom een ladder waarover engelen op en neer gaan', zei hij onderwijzend tegen de kleintjes. 'God staat boven aan de ladder en belooft hem het land waarop hij ligt. Daarna wordt de steen door Jakob geolied.' Mijn oudste broer fluisterde: 'Die zevenslaper heeft zo dadelijk geen brilliantine meer nodig.' Ik stelde me intussen voor dat ik neergevleid, doezelend in de exquize, zurige sfeer van winterkost, met mijn hoofd bovenop de grote kei lag die in onze schuur het vat afdekte waarin melkzuurbacteriën tekeer gingen in fijn gesneden wittekool. Jaren later, toen mijn vaders schriftlezing al lang was verstomd, zag ik de oudtestamentische scène luchthartig geïnterpreteerd terug in een plafondschildering in het bisschoppelijk paleis van Udine. In Tiëpolo's bijbelse werk 'De droom van Jakob' ontwaarde ik wat ik van jongsafaan al vermoedde: dat deze gedweëe wezens allerminst onzijdig zijn, maar beschikken over mollige vrouwenkuiten. Bij een enkele vive engel zag je zelfs, klip en klaar in de roze schemer van de opwaaiende gewaden, dat het soigneren van het schaamhaar nog niet tot het koninkrijk der hemelen was doorgedrongen. Het waren geen godsgezanten, maar bachanten, ladderzat op weg naar de furieuze, in het uitdeinend heelal weerkaatsende geluidsorgie van Jimi Hendrix, de meester van de gitaarriff, die ziel en zaligheid uit zijn schrepele lichaam perste. VERBETERD: 18 fouten De ladder naar lust Na het verorberen van de laatste schep hete bliksem - een BRIJIGE stamppot, in den beginne gecreëerd door een CHEF-KOK die ten eeuwigenSPATIEdage het ovenvuur na aan de schenen moet worden gelegd - nam mijn vader zijn bijbel ter hand. (3) 'Jakobs droom te BETEL, Genesis 28 vers 12. De jakobsladder. Jakob gaat slapen met zijn hoofd op een steen en ziet in zijn droom een ladder waarover engelen op en neer gaan', zei hij onderwijzend tegen de kleintjes. (1) 'God staat boven aan de ladder en belooft hem het land waarop hij ligt. Daarna wordt de steen door Jakob geolied.' Mijn oudste broer fluisterde: 'Die zevenslaper heeft zo dadelijk geen brillZONDERIantine meer nodig.' (1) Ik stelde me intussen voor dat ik neergevlIJd, doezelend in de exquiSe, zurige sfeer van winterkost, met mijn hoofd bovenSPATIEop de grote kei lag die in onze schuur het vat afdekte waarin melkzuurbacteriën tekeerAANELKAARgingen in fijnAANELKAARgesneden wittekool. (5) Jaren later, toen mijn vaders S(HOOFDLETTER)chriftlezing alAANELKAARlang was verstomd, zag ik de oudtestamentische scène luchthartig geïnterpreteerd terug in een plafondschildering in het bisschoppelijk paleis van Udine. (2) In TiE(NIET FOUT GEREKEND)polo's B(HOOFDLETTER)ijbelse werk 'De droom van Jakob' ontwaarde ik wat ik van jongsVANafELKAARaan al vermoedde: dat deze gedweëe wezens allerminst onzijdig zijn, maar beschikken over mollige vrouwenkuiten. (2) Bij een enkele viEve engel zag je zelfs, klipSTREEPenSTREEPklaar in de roze schemer van de opwaaiende gewaden, dat het soigneren van het schaamhaar nog niet tot het koninkrijk der hemelen was doorgedrongen. (2) Het waren geen G(HOOFDLETTER)dsgezanten, maar baCchanten, ladderzat op weg naar de furieuze, in het uitdeinend heelal weerkaatsende geluidsorgie van Jimi Hendrix, de meester van de gitaarriff, die ziel en zaligheid uit zijn schrepele lichaam perste. (2)